Opmaat

 

Het Lam en de draak

Aan het begin van het epistel in de Michaëlstijd klinken de woorden ‘dat onze zielenogen schouwen’. Daarna worden verschillende aspecten van de werkzaamheid van Michaël verwoord. Dit ‘schouwen’ duidt aan dat wij op een bijzondere manier iets kunnen waarnemen: niet alleen het uiterlijke dat zich aan ons voordoet, maar ook wat zich aan de uiterlijke ogen onttrekt. Om dat te kunnen, moet er liefdevolle aandacht in onze blik en in ons waarnemen mee stromen. Dat is haast een levenskunst die we doorgaans niet als iets vanzelfsprekends beheersen. Maar het kan worden geleerd.
De Apocalyps van Johannes beschrijft in de hoofdstukken 5 en 12 in beelden twee heel verschillende wezens: het lam en de draak. Het lam ‘als ware het geofferd’ heeft zeven horens en zeven ogen: een beeld van evenwicht. De draak heeft zeven hoofden en tien horens en op zijn hoofden zeven diademen. Hij heeft ook een staart. Maar geen oog. Verteerd door vurige emotie en dwang wil de draak vernietigen wat als nieuwe kracht in de wereld wil verschijnen.
Het lam als beeld van Christus heeft ‘oog voor de mens’ en daarin stroomt liefde en aandacht mee. Hij wil dat de mens die geschapen is naar zijn beeld en gelijkenis dat vermogen in zich óók tot ontwikkeling brengt. Wanneer de mens die weg zoekt en tracht te gaan, bestrijdt hij de draak die door zijn geheel andere wezen de fundamenten van het menszijn en de ontwikkeling van het menselijke bestaan in gevaar brengt.

Ignaz Stegeman