15. 16, 17 aug Zomercursus

De weg van Johannes de Doper naar Michaël.

“Hij moet wassen, ik moet afnemen”
Driedaagse zomercursus gegeven door Hilde Cauwenbergh en Ignaz Stegeman en Sonja Stegeman-Pasman.

Het ritme van de drie dagen voltrok zich telkens door het vieren in de ochtend van de mensenwijdingsdienst gevolgd door een inleiding op de perikoop van die dag. Dan volgde het voorlezen van de betreffende perikoop en het gezamenlijk navertellen om vervolgens de beelden op een dieper niveau tot ons te laten spreken.
Als persoonlijke verwerking verbonden we ons onder de bezielende leiding van Sonja al tekenend met wat in de ochtend zoal geklonken had.

De eerste dag neemt Ignaz ons mee in een uitleg over de  zinvolle opbouw van het kerkelijk jaar in periodes van vier weken en de daarbij behorende perikopen. “Wat spreekt uit de beeldenrij, wat komt er tot verschijning?”
Dan begint de weg tot inkeer bij hoe Johannes de Doper als een geestelijke gestalte verschijnt bij het kruis op het Isenheimer Altaar van Mathias Grünewald in Colmar.
Hij zegt :“Hij moet wassen, ik moet afnemen.” De tien perikopen  van de zomertijd worden tot tien ontwikkelingsstadia die je aflegt om tot dit mysterie door te dringen. In deze cursus werd bij vier perikopen stilgestaan om deze op ons in te laten werken en te komen tot de vraag: Wat moet er in ons gebeuren om tot dienaar te worden?
Op de eerste dag werd uit het Marcus-evangelie de belijdenis van Petrus voorgelezen. De boodschap van deze perikoop zouden we kunnen omschrijven als een roep om – behalve tot inzicht te komen – wakker te  worden. Je aanvaardt de consequenties en neemt een innerlijk besluit om aan jezelf te werken; je verankert het inzicht in jezelf. Hier is moed voor nodig.
Sonja laat ons een beeltenis van Johannes zien, een moderne sculptuur van Pablo Carvalho waarin vooral de open ruimten opvallen, het doorlaatbaar zijn van Johannes voor andere sferen. De bewegingsrichting is sterk hemelwaarts. Daartegenover plaatst ze een afbeelding van een Michaël in ijzeren harnas van Botticini, met in zijn hand het zwaard met de punt naar de hemel gericht, als een toorts. Vervolgens neemt ze als uitgangspunt voor de kunstzinnige verwerking een gebeeldhouwde steen uit de middeleeuwen met centraal een kruis waar aan de linkerkant opgaande lijnen en aan de rechterkant neergaande lijnen gehouwen zijn. We kunnen daarin het in- en uitademen van de aarde herkennen.
Wij trachten deze adembeweging (in ons)zelf met een grafietpotlood ontdekken.

Op de tweede dag houdt Hilde een inleiding op de twee perikopen die we zullen lezen, namelijk twee genezingen. De eerste uit het Lucas-evangelie, de genezing van de blinde bedelaar en als  tweede de genezing van de doofstomme uit het Marcus-evangelie.
Ze geeft ons een overzicht van de volgende stadia die we innerlijk moeten doorlopen om tot dieper inzicht te komen: niet oordelen, het (h)erkennen van eigen zwakheden, tot mildheid in ons wezen komen, ziende worden, horend worden, dankbaarheid, vertrouwen, en tot slot het tot herstel komen van de (eens verbroken) verbinding van je ziel met de geestelijke wereld.
De genezing van de blinde geeft aan dat we – om ziende (schouwend) te worden – wilskracht moeten ontwikkelen, ook als we het niet meer zien zitten. De genezing van de doofstomme toont ons dat we het contact kunnen herstellen met de goede krachten; weer tot Logoskracht kunnen komen en het levende woord weer vrij in ons laten werken.
Sonja toont ons een fresco van Johannes in gevangenschap. Zijn gestalte licht op achter tralies, in gebed, met de vingertoppen van zijn handen tegen elkaar.
Vervolgens een marmeren vloer in een kerk met ingelegde zwarte stippen richting het altaar. Deze stippen komen ook weer terug in een in steen gehouwen afbeelding van de Longobarden, waaromheen zich een vlechtwerk slingert. Deze stippen op een lijn staan voor de gegevenheden in je leven waar je rondom kan bewegen. Ben je bereid die weg te gaan?
Eerst moet je innerlijk bewogen worden en dat oefenen we door het grafietpotlood nu van binnenuit naar het papier toe vrijelijk te laten bewegen. Vervolgens plaatsen we op een horizontale lijn de stippen op het vel; we meanderen eromheen en weer terug. Dan volgt de kunst, deze lijn te durven onderbreken, dus letterlijk durven loslaten en weer oppakken. Het geeft een ademend gevoel en er klinkt waarlijk muziek in de gemeentezaal door onze ritmisch bewegende potloden!

De laatste dag lezen we de perikoop uit het Lucas-evangelie van de opwekking van de jongeling te Nain.  Ignaz leidt het in door de indeling van het kerkelijk jaar met ons door te nemen en laat ons de zinvolle ordening als een levend organisme zien. “Waar vind ik Christus? In de kringloop van het jaar” …onze geestelijke groei waarin we begeleid worden door Christus. We herkennen hierin de werking van aan de ene kant de wezens die ons aan de aarde willen ketenen en aan de andere kant de wezens die het van het hoogste belang vinden hoe wij onszelf hiervan bevrijden. Hoe wij waarlijk mens kunnen worden.
In ieders leven zijn er kruispunten, bijzondere keuzemomenten waarop we kunnen kiezen om (hoe klein ook) een stap te zetten om uiteindelijk onszelf van de tralies te bevrijden.
De perikoop van de opwekking van de jongeling gaat over deze opstandingskracht in onszelf; door het lijden en de dood naar opstanding komen en de eenheid met de geestelijke wereld herstellen “opdat wij in de toekomst niet sterven”.
Sonja geeft aan dat je deze weg in je eentje aflegt, maar dat het gezamenlijk beleven en delen van deze gang heel waardevol is, omdat het ons sterker maakt.
Ze laat ons een afbeelding zien van een beeld van Michaël met het Beest (der Geistkämpfer) van Ernst Barlach en een prachtige schildering van Michaël als  Lichtwezen van Ninetta Sombart.
Omdat er midden augustus ieder jaar een meteorenregen langs de aarde valt, laat Sonja ons een stukje meteoor voelen. We verbazen ons over hoe zwaar en compact dit in onze handpalm ligt. Het zit dan ook boordevol ijzer, regelrecht uit de kosmos!
Als inspiratie voor onze laatste opdracht laat ze weer een gebeeldhouwd stuk steen zien van de Longobarden. Het is een kruisvorm, maar nu geen lijdenskruis maar een opstandingskruis met het kenmerkende meanderende vlechtwerk eromheen.
We richten eerst een kruis op  met acht verticale stippen en bij de zesde stip aan weerszijden twee horizontale stippen. Hoe spannend is het om op de tast onze weg omhoog te zoeken en weer tot een afdalende beweging te komen. Hierin verwerken we tenslotte ook het letterlijk durven loslaten, waardoor een mooi vlechtwerk ontstaat. Als we onze weg hierin eenmaal gevonden hebben, is het een fijn, aardend gevoel om ritmisch deze beweging een aantal keren te volgen. “En,” zegt Sonja, “oefening baart kunst”.
Als kernbeeld blijft hangen dat het kruis en het zwaard aan elkaar gespiegeld zijn.

We werken voortdurend met beide krachten om tot “heil” te komen. 

Marleen  van Wilgenburg