Doop

In de doop wordt uitgesproken dat een  kind impulsen meebrengt vanuit de wereld waarin het voor de geboorte leefde. Met de doop wordt de kracht gegeven om te leven vanuit je diepste impulsen. Dit komt tot uitdrukking in het moment dat de naam van het kind wordt uitgesproken. Bij de doop wordt het kind in verbinding gebracht met de drie krachten, die het hele leven doortrekken:
de wereld van de Vader, die is in alles wat is,
de wereld van de Zoon, die scheppend werkzaam is in ons
de wereld van de Geest, die de wereld openbaart en herkenbaar maakt voor mensen.
Omdat het kind nu op aarde leeft, wordt het met aardse substanties gedoopt: water, zout en as. Deze gewijde substanties zijn dragers van de geestelijke kracht van Vader, Zoon en Geest. Er worden gebeden uitgesproken die het kind helpen zijn  leven en lot met kracht en vreugde tegemoet te gaan.

Bij de doop krijgt het kind twee peten. In de Christengemeenschap worden zij wachters genoemd.

Al voor de geboorte kunnen ouders contact opnemen met een geestelijke voor een oriënterend gesprek over het sacrament van de doop.

N.B. Een kind wordt met de doop geen lid van de Christengemeenschap, ook de ouders hoeven geen lid te zijn. Lidmaatschap is immers een vrij, individueel besluit, dat alleen volwassenen kunnen nemen.

Pas na de jeugdwijding, of als ze 14/15 jaar zijn, kunnen jongeren deelnemen aan de mensenwijdingdienst.