7 sepember, lezing De mysteriën van licht en duisternis

Mathijs van Alstein, geestelijke van de gemeente Zeist,voerde ons, in het kader van de mysterien van licht en duisternis – van de graalsburcht met de gewonde koning Amfortas, de graalsprocessie met de kelk, de bloedende speer, de burcht met de zwarte magiër Klingsor – naar het Palestina ten tijde van de kruisiging.  Het ging over de speer die Longinus in Christus zijde stootte, waardoor er bloed en water uit de wonde gutste. De daad van Longinus maakte het bloed vrij. Door het bloed van Christus zou Longinus zijn genezen van zijn loensende ogen. Hij was helder-ziend geworden. Als je helder-ziend bent, zie je het leven. Ben je donker-ziend, dan zie je het rijk van de dood. Alles is mineraal, je ziet geen leven, maar de dood. Op dit gebied werkt de natuurwetenschap. De ruimte is dan een lege, dode ruimte.
Amfortas is het zinnebeeld van de zondenkranke mens. Parcival, drager van de ik-kracht, ziet de gewonde koning en een merkwaardige processie: een schaal wordt rondgedragen, evenals een lans waar bloed langs loopt. Parcival begrijpt niet wat hij ziet en verzuimt de vraag te stellen: Wat scheelt u?
De componist Wagner heeft een geniaal element aan het verhaal toegevoegd, namelijk dat de speer (de wil)  is gestolen door de zwarte magiër en naar de graalsburcht teruggebracht moet worden.
We zijn allemaal Amfortas, iedereen is op zijn wijze gewond in de wil. Er is ons als mensheid iets ontstolen. We hebben deel aan beide burchten, de lichte en de donkere. De opdracht is te leren zien waarin de andere mens ‘gewond’ is.
Het bovenstaande geeft een summiere impressie van de inhouden gebracht door Mathijs van Alstein. Het meest onder de indruk was ik echter van de persoon van deze jonge priester zelf, de bevlogenheid waarmee hij sprak, de ernst en overtuiging waarmee hij zinsneden uit de mensenwijdingsdienst in zijn voordracht vervlocht.
Thea van Veen